dinsdag 26 juni 2012
Advies
vraag, en gij zult
antwoord krijgen, doch
geen garantie
op succes, noch
geluk
misschien lukt
het wel, of toch
niet, maar dat
deert niet
ik verplicht
mijn hart, deels ziel
in het licht van alles
niks
want uiteindelijk
wint het hart en
verlies
ik
maar dat geeft niet
want gesloten deuren
blijven (in mijn hart)
altijd dicht
vraag en gij zult
tegen een gesloten hart
stoten, met het verstand
volledig open
dinsdag 19 juni 2012
Ik heb alles, ik heb niets
Ik heb alles, ik heb niets.
Alles is behaalbaar en toch
mis ik iets.
Ik poch
niet. Wat ik bezit
is te veel en te weinig;
Hier slechts tijdig,
want in het einde - Alles wit.
Blank, volkomen verdwenen.
Weg - Weggefietst.
Ik zei toch tegen
jou: Ik heb alles, ik heb niets.
Alles is behaalbaar en toch
mis ik iets.
Ik poch
niet. Wat ik bezit
is te veel en te weinig;
Hier slechts tijdig,
want in het einde - Alles wit.
Blank, volkomen verdwenen.
Weg - Weggefietst.
Ik zei toch tegen
jou: Ik heb alles, ik heb niets.
vrijdag 8 juni 2012
Waar alles ligt
ik verstop me onder smoesjes
dekbedden, kussens en dutjes
met mijn hoofddoek over mijn ogen getrokken
ik gluur door kieren
gesloten deuren, schuine ramen
met mijn oren open
ik probeer doof te zijn
voor wat ik niet wil horen
en blind
voor wat ik niet wil zien
want iedereen weet
hoe ik ben, hoe jij bent
maar niemand weet
eenmaal
wat ik voel
kijk dan uit het raam, roep ik
gedonder en soms wat regen
in de avond, wie maalt er om?
niet ik, want al wordt
de hemel af en toe opgelicht
de tuin voor ons huis verlicht
mijn hart
en mijn ogen, oren, en mond
blijven dicht
en alleen ik
weet waar alles
(zoals het hoort)
ligt
maandag 4 juni 2012
Niet zo verwacht
O, zei ik
dus zo voelt een gebroken hart
ik had het niet zo intens
verwacht
want ’s avonds is het laat
maar niet passerend genoeg
en ik heb zoveel tijd
maar nooit veel te doen
ik dacht:
ik voel me wel eenzaam
en een beetje alleen
misschien wel meer dan
voorheen
maar mijn lach is te zacht
hoor ik
en mijn glimlach niet lang genoeg
zie ik
o, zucht ik
want zo voelt
een gebroken hart
zaterdag 28 april 2012
De rijkste man op aarde en ik
Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn.
Zaterdagochtend begint altijd te vroeg met lange rijen in de supermarkt voor de kassa, met de massa die zich gestaag voortbeweegt.
Zoon nummer één en dochter nummer drie hangen aan mijn zwarte rok. De één trekt aan mijn arm – ‘Mogen we dit keer een zakje Snickers?’ vraagt een bedeesd kind. Nee, schudt mijn hoofd, want papa wilt dat niet.
Appels rollen over de grond en ik ren er achter aan, dansen op sokken met gaten verborgen onder zwarte laarzen met afgeslepen hakken. Broertje nummer één en zusje nummer drie rennen achter me aan.
Ik bel aan.
Mama doet open.
Zaterdagochtend begint altijd te vroeg met lange rijen in de supermarkt voor de kassa, met de massa die zich gestaag voortbeweegt.
Zoon nummer één en dochter nummer drie hangen aan mijn zwarte rok. De één trekt aan mijn arm – ‘Mogen we dit keer een zakje Snickers?’ vraagt een bedeesd kind. Nee, schudt mijn hoofd, want papa wilt dat niet.
Appels rollen over de grond en ik ren er achter aan, dansen op sokken met gaten verborgen onder zwarte laarzen met afgeslepen hakken. Broertje nummer één en zusje nummer drie rennen achter me aan.
Ik bel aan.
Mama doet open.
In dit huis herinnert niemand vrijheid. Er bestaat enkel
werk en geld. Dat er niet is. Of juist net te weinig, maar nooit net iets te
veel voor een zakje Snickers of een voetbal voor een potje op straat.
Ik blijf voor mijn kamer – het is nooit mijn kamer – staan. In mijn kamer bestaat er geen vrijheid, behalve als iedereen naar school is. (En ik pas laat hoef op te staan.)
Zondag verstrijkt langzaam en stil, met vogels in de lucht die ik observeer uit het raam. Een glas thee ontleent zijn warmte zich aan de ruimte om zich.
Ik blijf voor mijn kamer – het is nooit mijn kamer – staan. In mijn kamer bestaat er geen vrijheid, behalve als iedereen naar school is. (En ik pas laat hoef op te staan.)
Zondag verstrijkt langzaam en stil, met vogels in de lucht die ik observeer uit het raam. Een glas thee ontleent zijn warmte zich aan de ruimte om zich.
Maandag, dinsdag en woensdag passeren in een vlucht, zo snel
dat ik niet eens bij mijn handelingen en gedragingen kan stilstaan. Vragen of
denken doe ik niet. Werken, dat doe ik, met ogen open en soms gesloten, in een
waas. Misschien zal het donderdag anders zijn.
Maar de volgende dag schijnt de zon net te fel en direct uit het raam zonder gordijnen. Donderdag is koopavond en ik sta dan graag achter de kassa. In de avond, half negen stipt, vertrek ik met mijn jas strak geknoopt, richting huis. Vijf kilometer binnen vijfenveertig minuten, soms achtendertig als ik ren. Zo snel loop ik. Het avondgebed heb ik weer gemist.
Thuis zingen we in een kring, zusjes en broertjes klappen in hun hand en wiegen met hun hoofd. Ik ben dochter nummer één; ik doe alles voor en zij doen mee. Om en nabij vijf over elf doet papa de deur open en stormt broertje één door de kamer heen, rechtstreeks in zijn armen. Ik klamp mijn handen om mijn knieën en blijf met een verstard blik dit optreden gadeslaan. Ik glip – altijd - ongemerkt weg en de deur van mijn kamer sluit met een ongemoeide klik.
Ik slaap met mijn ogen dicht; ik tuimel in duisternis en struikel erover bij het aanbreken van het ochtendlicht.
Maar de volgende dag schijnt de zon net te fel en direct uit het raam zonder gordijnen. Donderdag is koopavond en ik sta dan graag achter de kassa. In de avond, half negen stipt, vertrek ik met mijn jas strak geknoopt, richting huis. Vijf kilometer binnen vijfenveertig minuten, soms achtendertig als ik ren. Zo snel loop ik. Het avondgebed heb ik weer gemist.
Thuis zingen we in een kring, zusjes en broertjes klappen in hun hand en wiegen met hun hoofd. Ik ben dochter nummer één; ik doe alles voor en zij doen mee. Om en nabij vijf over elf doet papa de deur open en stormt broertje één door de kamer heen, rechtstreeks in zijn armen. Ik klamp mijn handen om mijn knieën en blijf met een verstard blik dit optreden gadeslaan. Ik glip – altijd - ongemerkt weg en de deur van mijn kamer sluit met een ongemoeide klik.
Ik slaap met mijn ogen dicht; ik tuimel in duisternis en struikel erover bij het aanbreken van het ochtendlicht.
Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn, want mijn moeder ik;
mijn broers en ik; mijn zussen en ik, staan in de moskee. De afstand tussen de gesluierde
vrouwen met terneergeslagen blikken, en ik, overbrugt de muur tussen jou en ik.
Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn, want dan bestaan alleen God en ik.
Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn, want dan bestaan alleen God en ik.
dinsdag 24 april 2012
Wat spreek je zacht
Wat spreek je zacht
ik versta je nog
net niet
met mijn vuisten gebald
en gepropt.
Ik duw hard en
ik luister ook
zo hard en stevig
naar je
hart
onder je
graf.
Het lijkt nog gisteren
toen ik je riep.
Ik vouw mijn handen
om scherven
van je hart
en
ik bid.
ik versta je nog
net niet
met mijn vuisten gebald
en gepropt.
Ik duw hard en
ik luister ook
zo hard en stevig
naar je
hart
onder je
graf.
Het lijkt nog gisteren
toen ik je riep.
Ik vouw mijn handen
om scherven
van je hart
en
ik bid.
dinsdag 10 april 2012
Toch één woord
dus ik weet niet wat ik zou moeten schrijven
misschien een belofte in goud graveren
en mijn gum met diamant slijpen
ik wil graag weten hoe al mijn woorden blijven
mijn papier moet niet brandbaar noch
houdbaar zijn, ik kan het niet uit het oog verliezen
en in niemendal laten verdwijnen
wat een medelijden heb ik, ik kijk niet meer toe
doch mijn letters treiteren mijn papier en
ik verlies mijn grip over elk woord
letter voor letter
woord voor woord
ontleen ik mijn macht
aan blanco zinnen
in een koord
ik geef geen gehoor
aan flikkerende letters
een slippend woord
ik schrijf
wemelende letters
maar toch
één woord
misschien een belofte in goud graveren
en mijn gum met diamant slijpen
ik wil graag weten hoe al mijn woorden blijven
mijn papier moet niet brandbaar noch
houdbaar zijn, ik kan het niet uit het oog verliezen
en in niemendal laten verdwijnen
wat een medelijden heb ik, ik kijk niet meer toe
doch mijn letters treiteren mijn papier en
ik verlies mijn grip over elk woord
letter voor letter
woord voor woord
ontleen ik mijn macht
aan blanco zinnen
in een koord
ik geef geen gehoor
aan flikkerende letters
een slippend woord
ik schrijf
wemelende letters
maar toch
één woord
Abonneren op:
Posts (Atom)