donderdag 26 juli 2012

Ik kies zorgvuldig

ik kies zorgvuldig
wat ik wil bouwen
en afbreken, want
ik kan momenten van geluk
brouwen en delen

maar soms kijk ik
te vaak achterom en verdwaal ik
als een kind
in een wirwar van herinneringen
die ik niet kan delen

ik trek aan touwen
in kluwen, met elkaar verbonden
maar toch ergens in de vergetelheid
verloren
en gevonden

dinsdag 26 juni 2012

Advies


vraag, en gij zult
antwoord krijgen, doch
geen garantie
op succes, noch
geluk

misschien lukt
het wel, of toch
niet, maar dat
deert niet

ik verplicht
mijn hart, deels ziel
in het licht van alles
niks

want uiteindelijk
wint het hart en
verlies
ik

maar dat geeft niet

want gesloten deuren
blijven (in mijn hart)
altijd dicht

vraag en gij zult
tegen een gesloten hart
stoten, met het verstand
volledig open

dinsdag 19 juni 2012

Ik heb alles, ik heb niets

Ik heb alles, ik heb niets.
Alles is behaalbaar en toch
mis ik iets.
Ik poch
niet. Wat ik bezit
is te veel en te weinig;
Hier slechts tijdig,
want in het einde - Alles wit.
Blank, volkomen verdwenen.
Weg - Weggefietst.
Ik zei toch tegen
jou: Ik heb alles, ik heb niets.

vrijdag 8 juni 2012

Waar alles ligt


ik verstop me onder smoesjes
dekbedden, kussens en dutjes
met mijn hoofddoek over mijn ogen getrokken

ik gluur door kieren
gesloten deuren, schuine ramen
met mijn oren open

ik probeer doof te zijn
voor wat ik niet wil horen
en blind
voor wat ik niet wil zien

want iedereen weet
hoe ik ben, hoe jij bent
maar niemand weet
eenmaal
wat ik voel


kijk dan uit het raam, roep ik
gedonder en soms wat regen
in de avond, wie maalt er om?

niet ik, want al wordt
de hemel af en toe opgelicht
de tuin voor ons huis verlicht
mijn hart
en mijn ogen, oren, en mond
blijven dicht

en alleen ik
weet waar alles
(zoals het hoort)
ligt

maandag 4 juni 2012

Niet zo verwacht



O, zei ik
dus zo voelt een gebroken hart
ik had het niet zo intens
verwacht

want ’s avonds is het laat
maar niet passerend genoeg
en ik heb zoveel tijd
maar nooit veel te doen

ik dacht:
ik voel me wel eenzaam
en een beetje alleen
misschien wel meer dan
voorheen

maar mijn lach is te zacht
hoor ik
en mijn glimlach niet lang genoeg
zie ik

o, zucht ik
want zo voelt
een gebroken hart

zaterdag 28 april 2012

De rijkste man op aarde en ik


Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn.

Zaterdagochtend begint altijd te vroeg met lange rijen in de supermarkt voor de kassa, met de massa die zich gestaag voortbeweegt.
Zoon nummer één en dochter nummer drie hangen aan mijn zwarte rok. De één trekt aan mijn arm – ‘Mogen we dit keer een zakje Snickers?’ vraagt een bedeesd kind. Nee, schudt mijn hoofd, want papa wilt dat niet.
Appels rollen over de grond en ik ren er achter aan, dansen op sokken met gaten verborgen onder zwarte laarzen met afgeslepen hakken. Broertje nummer één en zusje nummer drie rennen achter me aan.
Ik bel aan.
Mama doet open.
In dit huis herinnert niemand vrijheid. Er bestaat enkel werk en geld. Dat er niet is. Of juist net te weinig, maar nooit net iets te veel voor een zakje Snickers of een voetbal voor een potje op straat.
Ik blijf voor mijn kamer – het is nooit mijn kamer – staan. In mijn kamer bestaat er geen vrijheid, behalve als iedereen naar school is. (En ik pas laat hoef op te staan.)
Zondag verstrijkt langzaam en stil, met vogels in de lucht die ik observeer uit het raam. Een  glas thee ontleent zijn warmte zich aan de ruimte om zich.
Maandag, dinsdag en woensdag passeren in een vlucht, zo snel dat ik niet eens bij mijn handelingen en gedragingen kan stilstaan. Vragen of denken doe ik niet. Werken, dat doe ik, met ogen open en soms gesloten, in een waas. Misschien zal het donderdag anders zijn.
Maar de volgende dag schijnt de zon net te fel en direct uit het raam zonder gordijnen. Donderdag is koopavond en ik sta dan graag achter de kassa. In de avond, half negen stipt, vertrek ik met mijn jas strak geknoopt, richting huis. Vijf kilometer binnen vijfenveertig minuten, soms achtendertig als ik ren. Zo snel loop ik. Het avondgebed heb ik weer gemist.

Thuis zingen we in een kring, zusjes en broertjes klappen in hun hand en wiegen met hun hoofd. Ik ben dochter nummer één; ik doe alles voor en zij doen mee. Om en nabij vijf over elf doet papa de deur open en stormt broertje één door de kamer heen, rechtstreeks in zijn armen. Ik klamp mijn handen om mijn knieën en blijf met een verstard blik dit optreden gadeslaan. Ik glip – altijd - ongemerkt  weg en de deur van mijn kamer sluit met een ongemoeide klik.

Ik slaap met mijn ogen dicht; ik tuimel in duisternis en struikel erover bij het aanbreken van het ochtendlicht.
Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn, want mijn moeder ik; mijn broers en ik; mijn zussen en ik, staan in de moskee. De afstand tussen de gesluierde vrouwen met terneergeslagen blikken, en ik, overbrugt de muur tussen jou en ik.
Vrijdagmiddag doe je me nooit pijn, want dan bestaan alleen God en ik.

dinsdag 24 april 2012

Wat spreek je zacht

Wat spreek je zacht
ik versta je nog
net niet
met mijn vuisten gebald
en gepropt.

Ik duw hard en
ik luister ook
zo hard en stevig
naar je
hart
onder je
graf.

Het lijkt nog gisteren
toen ik je riep.

Ik vouw mijn handen
om scherven
van je hart
en
ik bid.