donderdag 7 maart 2013

Onuitwisbaar

ik laat dit papier schrijnen
met pen en vloeiend inkt
uitwisbaar is het niet
want wat geschreven moet
zal ik schrijven

en mijn woorden, mijn woorden
moeten blijven, prettig ogen,
klinken, zingen en bestaan
nimmer verdwijnen

ik kras elke letter hardnekkig
markeer het papier als mijn gebied
zwart op wit zingt
mijn lied

ik laat dit papier schrijnen, want
bittere tranen wissen – nooit –
mijn woorden niet

dinsdag 5 maart 2013

De rouw opgelicht

-

dauw zweeft tussen wimpers
weerkaatst de rouw gekruld
om het hart en verstrengeld
met elk
(eenzame)
cel

symfonieën schrijven zich
voluit, onbesuisd, volmaakt
en onvolledig met vingertoppen
beroerd en opgelicht

klimt het dicht? kwartnoten in stapels
tonen hoger, tussen twee wolken
op elkaar afgestemd
met elkaar in het hart
de palmen in gebeden geklemd

en elke uiteinde en elke lichtstraal
bedekt de horizon, in kleuren
gecomponeerd, zacht en teer,
rood en meer
zwart en nooit meer

in de lucht, tussen blauw
en wit, hemel en belicht
vormt blanco zich om
tot rijen van tig
woorden, loos en verloren
op papier
dicht
(en
gedicht)



-
rust in vrede lieve opa

woensdag 20 februari 2013

Echt waar niet

ik zou over jou moeten schrijven
dat hoor ik, dat zeg ik,
dat schrijf ik
toch niet

ik moet reflecteren,
hier en daar emoties
over dagen en nachten verspreid
evalueren
en voor de toekomst
opbergen en nooit meer bezeren

ik zou over jou moeten schrijven,
schreeuwen, krijsen,
bijten en alles uiteen rijten

maar haat verteert het hart niet,
het deert het hart, meer niet,
en ik heb
geen verdriet

echt waar,
altijd maar
niet

dinsdag 22 januari 2013

Momenten

Geef mij dan
momenten
stilte van
gedeelde gedachten

laat het
- dit –
mij heugen
denken en houden
van, momenten
soms zoet, maar
- soms niet –
altijd samen
gedeeld

ik vraag
niet meer
- misschien is meer niet nodig –
enkel wat
minder
dit niet
opgegeven om
te herdenken.

Jij - ik

Jij
Schurk zonder kraag
Smetteloos wit
had het moeten zijn.

Ik liep
Met een zwarte voile
Doorzichtig, om het hoekje
toen het verdriet zich vrijliet.

Jij
Bevlekt, bezoedeld
wit, doodskleed,
'Levenloos!' zoals elk vezel zei.

Ik snikte
niet, nooit
om jou, op aarde
voor jou geschikt.

Jij ligt
onder aarde, een plaat van steen
zoals elk - jouw, mijn - hart
voor liefde zwicht.

(En ik,
zit vast, eeuwig,
hier, zonder leem
voor de leegte.

Jij, ach liefdevol jij,
was eindelijk bevrijd
maar ik lang nog niet...)

Het regende dood

De hemel was rood
het regende dood
assen gezichten
dood was hitte
zongen vogels
zinderende kilte
op geblakerde takken

Het regende dood
rode dood
brandend horizon
assen gezichten
verbrande vogels
zingen, zingen doodsberichten

´De hemel was rood
rode dood
warme dood
as, as
verbrande gezichten
Het regende
-assenvlokken-
dood.'

Zondaar

Oh, je zult
moeten lijden, voelen
dit gebrek, afwezigheid
tekort aan het licht
de aanwezigheid van
dit gecreëerde zwart gat.


Mistig spijt
verdampt zo snel
dit keer, niet meer
zo permanent.

Rood, broedend gevoel
vormt de hemel wolken
van jouw woede, infecteert
de wereld, al het gebroed.


Die vergruisde daden
in de handpalm
verweten aan jouw wangkant
zullen vertellen, achteraf
wat je me hebt aangedaan.